Team Behind the Team: hoe sportfysiotherapeuten Sharon en Elsa jonge rijders naar hun eigen lichaam leren luisteren

  Team Behind the Team: hoe sportfysiotherapeuten Sharon en Elsa jonge rijders naar hun eigen lichaam leren luisteren
14 augustus 2025

Het lijkt alsof de schaatser het alleen doet – de start, de bochten, de sprint, de prestatie. Maar achter die ene naam op de uitslagenlijst staat een heel team. Deze mensen vormen het fundament waarop topprestaties gebouwd worden. Daarom: The Team Behind The Team. In dit vierde deel: Sharon en Elsa, sportfysiotherapeuten bij KTT-NW. Vanuit fysiopraktijk Portegies houden ze de rijders fysiek in topvorm, helpen ze bij blessures en coachen ze jonge talenten in het leren luisteren naar hun lichaam. Of het nu gaat om een klein pijntje, een revalidatietraject of preventieve training: Sharon en Elsa staan paraat – op de ijsbaan, in de praktijk en tijdens belangrijke wedstrijden.

Kunnen jullie kort vertellen wie jullie zijn en hoe jullie betrokken zijn bij KTT-NW?

Sharon: Nadat ik in 2002 afstudeerde als fysiotherapeut, ben ik me gaan specialiseren in sportfysiotherapie. Mijn expertise ligt vooral bij complexe knie- en schouderklachten. In 2010 heb ik mijn eigen praktijk, Portegies Fysio voor Sporters, opgericht. Rond die tijd werd ik ook betrokken bij de Schaatsacademie. Dit is inmiddels het vijftiende jaar dat Portegies actief ondersteuning biedt aan de rijders van KTT-NW en dat we onder de vlag van TeamNL samenwerken met CTO Amsterdam. Sindsdien is de manier van werken een stuk professioneler geworden.

Elsa: Mijn interesse in sportfysiotherapie is er altijd geweest. Ik houd ervan om met mensen te werken en vind het mooi om langere trajecten te begeleiden: iemand die in eerste instantie niks kan, uiteindelijk weer op eigen sportniveau brengen, is ontzettend dankbaar werk. Vier jaar geleden ben ik bij Portegies begonnen als sportfysiotherapeut. We zien hier veel sportgerelateerde klachten en ik vind het leuk om sporters daarin verder te helpen. Vanuit die rol kwam de vraag of ik meer betrokken wilde zijn bij KTT-NW. Dat is fijn als back-up als Sharon bijvoorbeeld op vakantie is, maar ook omdat ik het geweldig vind om met jonge sporters te werken. De grootste uitdaging voor mij zit in de return to sport: het wegnemen van angst om volledig te hervatten en sporters het vertrouwen teruggeven.

Jullie vullen de rol van fysiotherapeut in samen met een collega, hoe zit dat?

Sharon: We zijn onderdeel van de paramedische staf van KTT-NW, samen met Krista van Topsport Amsterdam. Zij is vooral actief in de zomer en ziet de rijders op Sportcentrum Ookmeer tijdens krachttrainingen. Vanaf september nemen wij het over, omdat onze praktijk naast de ijsbaan in Haarlem ligt en we zo makkelijk de combinatie kunnen maken. De lijntjes zijn kort: Krista houdt ons op de hoogte en wij nemen het over als zij er niet is – en andersom in de winter.

Hoe ziet jullie rol als fysiotherapeut eruit binnen dit team?

Sharon: In de winter hebben we voorafgaand aan de training een inloopspreekuur. Dat is bedoeld voor korte checks of kleine pijntjes. Als dan blijkt dat er een uitgebreider plan nodig is, zetten we een traject in gang op de praktijk.

Elsa: Tijdens belangrijke wedstrijden – zoals NK’s – gaat er altijd iemand van ons mee, zodat er direct gehandeld kan worden bij blessures of kleine pijntjes en de coaches hun handen vrij hebben. Soms zijn we ook aanwezig bij ijstrainingen, vooral als we een traject met een sporter hebben lopen en zijn of haar bewegingspatroon op het ijs willen zien. Dat moment gebruiken we ook om contact te houden met het hele team.

Jullie werken met jonge sporters die bruisen van de motivatie. Waarin verandert dit jullie werk?

Elsa: Het draait veel om het leren kennen van hun eigen lichaam. Jonge sporters zijn vaak gretig en willen vooral nu. Maar herstel en ontwikkeling zijn lange termijn processen. Wij coachen ze in: wat is op dit moment verstandig?

Sharon: De focus op ontwikkeling is belangrijk. Jonge atleten mogen fouten maken. Het gaat erom dat ze zich ontwikkelen, niet alleen tot een goede schaatser, maar tot een complete atleet. Zowel op fysiek als mentaal vlak.

Elsa: Dat betekent soms ook dat we keuzes moeten maken die een sporter niet leuk vindt. Dan hebben ze een klacht, maar komt er ook een wedstrijd aan. Soms is het dan het beste om te investeren in herstel en daar later de vruchten van te plukken, maar dat gaat vaak wel tegen het gevoel van een sporter in die zichzelf continu wil bewijzen. Voor jonge sporters is het belangrijk om de signalen van hun lichaam te kennen en te herkennen. Bij een blessure moeten we de hen ook leren omgaan met teleurstellingen als het lichaam hapert en tijdelijk niet doet wat ze willen.

Hoe gaat het in zijn werk als een sporter naar jullie toe komt met een klacht of blessure?

Sharon: Dat hangt in eerste instantie af van de aard en de ernst van de blessure. Vaak komen sporters kort voor een wedstrijd naar ons toe. Soms is het een simpele klacht die we kunnen verhelpen. Maar vaker is het zo dat er meer nodig is en dan is het zaak om zo goed mogelijk het wedstrijdweekend door te komen en pakken we het daarna grondig aan.

Elsa: Bij kleine klachten kan het ook betekenen dat we, in overleg met krachttrainer Daniël, extra oefeningen in het krachtprogramma zetten. Is de blessure serieuzer, dan volgt een revalidatietraject in de praktijk.

‘Voorkomen is beter dan genezen’, is dit iets waar jullie op inzetten?

Sharon: In principe doen we aan het begin van het zomerseizoen een serie testen met de rijders (door o.a. wisseling van krachttrainer is dat er dit seizoen niet van gekomen). Op die manier weten we hoe ze er qua lenigheid en kracht voor staan. Ook doen ze een sportmedische keuring. Op basis daarvan bespreken we met de krachttrainer waar ze aan zouden kunnen werken of geven we ze zelf een specifiek oefenschema. 

Als fysiotherapeuten zijn jullie afhankelijk van de sporters. Ze moeten zelf naar jullie toe komen als ze ergens tegenaan lopen. Gebeurt dit ook?

Sharon: Vorig jaar stond er een bijna compleet nieuw team. Dat maakte de situatie uitdagend, Veel rijders wilden zich bewijzen en waren bang dat blessures hun plek in het team in gevaar zouden brengen. Terwijl we juist willen dat ze de ruimte voelen om fouten te maken én om klachten te melden.

Elsa: Dit seizoen merken we wel dat dit al beter wordt. Toch blijft het de grootste uitdaging: rijders ervan overtuigen dat ze ook met kleine dingen naar ons toe kunnen komen. Soms vrezen sporters dat onze keuzes – zoals een wedstrijd overslaan – negatief uitpakken voor hun kansen. Daarom benadrukken we dat beslissingen altijd in hun belang zijn, ook als het niet de leukste optie is. Daarbij is dat in de meeste gevallen ook helemaal niet nodig en kunnen we ze op verantwoorde wijze alsnog aan de start krijgen. 

Sharon: Het KTT is een opleidingsploeg. Natuurlijk draait het om prestaties, maar vooral ook om de leercurve. Doorgaan met pijn is nooit de oplossing. Natuurlijk gaat het om snellere tijden, maar het gaat ook om de leercurve die een rijder laat zien.

Elsa: Als sporters eenmaal over de drempel zijn, zie je dat ze vaker komen. Ze realiseren zich dat wij er zijn om hen te helpen.

Zijn er bepaalde blessures of aandachtspunten die jullie vaak terug zien komen?

Sharon: Lenigheid en core, 100%. Dat zijn niet de leukste onderdelen om te trainen, maar voor deze leeftijdsgroep wel echt essentieel.

Op welke manier staan jullie in contact met de rest van de staf?

Sharon: We houden kleine en grote blessures van sporters bij in Smartabase - het programma waar KTT-NW mee werkt voor hun schema’s en welzijn - zodat de rest van de staf ook op de hoogte is en alles goed wordt gemonitord. Daarnaast hebben we regelmatig een Multidisciplinair Overleg (MDO) met zowel de technische als medische staf, waarbij we de sporters - maar ook onszelf als staf - bespreken.

Als we vooruitkijken naar de winter, waar kijken jullie dan naar uit als fysiotherapeut zijnde?

Sharon: Ik ben vooral benieuwd om te zien of de sporters die nu tweedejaars zijn hun leercurve door kunnen zetten. Dan heb ik het over een combinatie van fysieke en mentale ontwikkeldoelen.

Elsa: Daar sluit ik me bij aan, maar ik hoop vooral dat de tweedejaars ons nóg vaker weten te vinden en hun lichaam beter leren kennen – en die kennis ook delen met de eerstejaars.

Prestaties 2024/2025

Prestaties 2024/2025 Prestaties 2024/2025 Prestaties 2024/2025

Partners