Team Behind The Team: Sport- en neuropsycholoog Patrick van der Molen over leren verliezen en mentaal groeien

Het lijkt alsof de schaatser het alleen doet – de start, de bochten, de sprint, de prestatie. Maar achter die ene naam op de uitslagenlijst staat een heel team. Deze mensen vormen het fundament waarop topprestaties gebouwd worden. Daarom: The Team Behind The Team. In deze aflevering: Patrick van der Molen, sport- én neuropsycholoog. Met zijn ervaring in zowel topsport als hersenwetenschap helpt hij rijders én coaches van KTT-NW om niet alleen fysiek, maar ook mentaal sterker te worden. Want in zijn ogen is topsport net zo goed een mind game als een physical game.
Kunt u kort iets vertellen over uw achtergrond en opleiding. Hoe bent u bij KTT-NW terecht gekomen?
Toen ik jong was, droomde ik ervan profvoetballer te worden. Vanaf mijn vierde stond alles in het teken van voetbal en tot mijn twintigste speelde ik bij FC Groningen. Maar op een gegeven moment kwam de focus zó sterk op presteren te liggen, dat ik het plezier verloor en stopte. Daarna kwam de vraag: ‘Wat nu?’ Voetbal was mijn identiteit geworden, dus ik moest iets nieuws vinden om mijn passie in kwijt te kunnen.
Ik koos voor fysiotherapie, omdat ik het geweldig vond om mensen te helpen in hun herstel. Tijdens mijn studie in Rotterdam merkte ik echter dat ik de wetenschappelijke onderbouwing miste. Daarom ging ik bewegingswetenschappen studeren in Amsterdam. Ook daar miste ik iets: je wordt óf onderzoeker, óf richt je op inspanningsfysiologie — en beide maakten me niet écht enthousiast.
Dat veranderde toen ik een keuzevak volgde bij Erik Scherder: klinische neuropsychologie. Ik was direct verkocht. Hoe lichaam en geest samenkomen in het brein fascineert me enorm. Vanaf dat moment richtte ik me op neuropsychologie en later op sportpsychologie. Een tijdlang combineerde ik beide: ik werkte met sporters als sportpsycholoog en met patiënten in het ziekenhuis als neuropsycholoog. Omdat beide vakgebieden zo veel raakvlakken hebben, besloot ik ze samen te voegen.
Sinds januari werk ik bij TeamNL, waar ik met tien andere psychologen S-1 sporters begeleid in hun prestatiegedrag en duurzame ontwikkeling. Via Topsport Amsterdam ben ik zo bij KTT-NW terechtgekomen.
Wat is uw rol bij KTT-NW?
In eerste instantie begeleid ik vooral de coaches. Ik geef ze tools om de rijders beter te kunnen ondersteunen. Dat doen we via een zgn. prestatiecyclus, opgebouwd uit drie fases: mentale voorbereiding, mentaal excelleren en mentaal herstel. Deze cyclus kan je over een heel seizoen heen leggen — van voorbereiding op wedstrijden, naar de wedstrijden zelf, tot herstel — maar ook op kleinere schaal, zoals een enkele training of wedstrijd. Bij elke fase horen specifieke vaardigheden, zoals doelen stellen, presteren onder druk en zelfbewustzijn. Gedurende het seizoen behandelen we alle thema’s. Ik geef de coaches een presentatie over het onderwerp waar we aan willen werken en vraag: ‘Hoe wil je dat jouw talenten zich ontwikkelen?’ De samenvatting van dat gesprek gaat vervolgens naar de sporters. Zij krijgen vragen over het thema en gaan er 8 tot 16 weken mee aan de slag. Daarna evalueren we en starten we met een nieuw thema.
Is er ook direct contact met de sporters?
Ja. Aan het begin van het seizoen doe ik een intake met iedere rijder - daar ben ik op dit moment mee bezig. We bespreken hun achtergrond, zelfbeeld en doelen. Zo krijg ik een goed beeld van hen en wordt de drempel lager om naar mij toe te komen. Daarnaast is er een inloopspreekuur, waarvoor rijders zich online kunnen inschrijven — met of zonder coach. Als blijkt dat er een grotere hulpvraag is, volgt een individueel traject bij mijn praktijk.
Op welke manier komen sporters bij u binnen?
Vaak zijn de vragen concreet: tegenvallende prestaties terwijl het fysiek goed gaat, slecht slapen, spanning voor wedstrijden of het verlies van plezier in de sport. Maar soms willen ze gewoon even praten omdat ze merken: ‘Het gaat niet lekker en ik weet niet waarom.’
Bij deze leeftijdsgroep — de overgang van jongere naar jongvolwassene — zie je veel identiteitsvragen. Ze vragen zich af: ‘Wat wil ik nou zelf?’ en hangen hun eigenwaarde soms volledig op aan prestaties: ‘Ik ben alleen goed als ik win.’ Faalangst komt daardoor regelmatig terug. Daarbovenop komen fysieke veranderingen, hormonen, sociale ontwikkelingen en het losmaken van ouders. Dat kan veel druk en keuzestress geven.
Hoe helpt u sporters in zulke situaties?
Dat verschilt per persoon en per situatie. Bij prestatie- of faalangst focus ik op het normaliseren van ‘falen’. Prestaties heb je niet volledig onder controle. Vroeger probeerde ik sporters te helpen altijd te presteren, maar daarmee geef je onbedoeld de boodschap dat verlies koste wat kost vermeden moet worden. Nu leer ik sporters juist om te verliezen. Talentvolle sporters krijgen vaak alleen aandacht als het goed gaat. Maar als het een keer misgaat, weten ze niet hoe ze daarmee om moeten gaan. Ik wil dat ze beseffen dat ze nog steeds dezelfde persoon zijn, ook als ze verliezen. Dat haalt veel stress weg en maakt verlies onderdeel van het proces.
Op welke manier speelt sociale media een rol in uw werk?
Sociale media vergroot de neiging tot vergelijken. Daar zie je alleen de successen, nooit de tegenslagen. Dat voedt het idee dat alleen presteren ertoe doet. Het past bij wat ik eerder zei: verlies hoort erbij, ook al zie je dat online nauwelijks.
Welke handvatten geeft u sporters mee?
Het is niet alsof ik een standaardreceptenboekje heb dat ik bij elke sporter opensla. Het begint altijd met kijken naar de sporter zelf en samen te zoeken naar wie ze zijn en wat hun identiteit is. Zonder labels te plakken van ‘goed’ of ‘fout’. Negatieve gedachten komen en gaan, maar het heeft geen zin om daarin te blijven hangen. Je moet ze accepteren, maar je wel blijven richten op je taak.
Dat noem ik acceptance en commitment: accepteren dat spanning en verlies bij topsport horen, maar je tóch committeren aan de uitvoering. Aan de start van een wedstrijd betekent dat: accepteren dat je kunt verliezen, en je vervolgens volledig focussen op je taak.
In uw visie is sport zowel een ‘physical game’ als een ‘mind game’. Kunt u dat uitleggen?
Elke fysieke handeling begint in je brein. Dat is ook waarom hersenletsel zulke grote gevolgen kan hebben. Lichaam en geest zijn onlosmakelijk verbonden. Als een sporter mentaal goed in zijn vel zit, presteert hij beter, daarom heb er ook voor gekozen om sport- en neuropsychologie samen te brengen in mijn praktijk en werk bij TA.
Is er volgens u meer acceptatie voor de rol van psychologie in de topsport?
Zeker. Op dit moment vul ik met twee andere psychologen een praktijk met alleen maar topsporters, dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Nu realiseren veel sporters zich dat ze ook aandacht moeten besteden aan wat er zich daarboven afspeelt om te kunnen presteren. Ook als er niet direct een probleem is.
Het is simpel: als je fysiek ongemak hebt, ga je naar de fysio. Waarom zou je niet hetzelfde doen bij mentaal ongemak? Lichaam en geest staan niet los van elkaar. Beide verdienen aandacht
In het volgende deel van The Team Behind The Team spreken we met sportfysiotherapeuten Elsa en Sharon van Portegies Fysio voor Sporters. Zij zijn in de wintermaanden onmisbaar voor KTT-NW: van het behandelen van blessures tot het meegaan naar belangrijke wedstrijden om de rijders fysiek in topvorm te houden. Stay tuned.