Van oud-KTT’er naar assistent coach: Tom Egbertsen over zijn nieuwe rol bij KTTNW
Voor wie thuis is in de schaatssport en de afgelopen jaren het junioren- en neocircuit heeft gevolgd, zal de naam Tom Egbertsen hoogstwaarschijnlijk een belletje doen rinkelen. Niet gek, want vier jaar lang was hij als rijder bij KNSB Talentteam Noordwest (KTTNW) dagelijks te vinden op de ijsbaan in Haarlem. Twee jaar geleden gingen zijn eigen topsportambities de kast in, maar sinds afgelopen winter is hij terug in een voor hem bekende omgeving, nu in de rol van assistent-coach. Tijd om met hem in gesprek te gaan over zijn nieuwe rol op de baan, zijn samenwerking met hoofdcoach Peter en zijn meerwaarde op het ijs.
Een onverwachte overstap
De gedachte om ooit verder te gaan als trainer was voor Tom niet nieuw, maar “dat was wel meer een langetermijnplan.” In eerste instantie hadden andere zaken prioriteit: “Ik wilde me richten op mijn studie en daarnaast had ik nog geen trainerservaring. Het is ook niet gebruikelijk dat je gelijk bij een KTT aansluit; meestal begin je bij een club of baanselectie.” Toen hoofdcoach Peter hem bij een ontmoeting op de ijsbaan vroeg om een keer te komen kijken en te helpen, reageerde Tom dan ook terughoudend. Toch verdween dat gevoel snel nadat hij een eerste training bijwoonde. “Ik vond het vanaf het begin erg leuk. Toen ik doorhad dat Peter echt op zoek was naar praktijkervaring, kreeg ik het vertrouwen dat ik echt iets te brengen had.” Zo sloot Tom aan het begin van vorig winterseizoen aan als assistent-coach.
In eerste instantie was de nieuwe rol nog een beetje wennen, niet alleen voor hemzelf. Tom: “Een aantal rijders was stagiair toen ik nog actief bij het KTT schaatste; zij hebben mij dus ook meegemaakt als rijder. Ze waren gelukkig allemaal heel enthousiast dat ik erbij kwam, maar het voelde in eerste instantie alsof ik mezelf op een andere manier moest bewijzen.” Daartegenover stonden de nieuwe rijders, bij wie de naam Tom Egbertsen totaal onbekend was. “Die hebben me mogelijk een keer gegoogeld en kennen mijn tijden, maar voor hen was ik vanaf het begin echt ‘trainer Tom’.”
Inmiddels is daarin een goede balans gevonden. “Iedereen ziet en benadert me wel echt als trainer naar wie ze toe komen om dingen te vragen of te overleggen. Maar als ze met z'n allen gaan zwemmen, ben ik ook gewoon van de partij. In die zin heb ik op sociaal vlak een andere rol dan Peter en Ilona (assistentcoach), maar ik denk dat dit alleen maar goed is.”
Verschillende inzichten versterken elkaar
Hoe de samenwerking met hoofdcoach Peter verloopt? “Heel erg goed, we werken fijn samen. In eerste instantie was het voor mij vooral veel luisteren, kijken wat Peters aanpak is en hoe hij dingen toepast in de praktijk. Dan was het aan hem om te zeggen: ‘Goh, kan jij dit even oppakken met die rijder?’ En als we samen langs de baan stonden en ik zag iets, overlegde ik dat eerst met Peter.”
Naarmate de maanden vorderden, veranderde dat. Tom: “Aan de ene kant ben ik steeds vertrouwder geworden met hoe Peter het doet. Maar daarnaast heb ik ook steeds meer het vertrouwen gekregen dat mijn eigen praktijkervaring soms ook heel waardevol kan zijn, zonder dat dit conflicteert. Zeker de wat oudere rijders mogen best blootgesteld worden aan verschillende ideeën of invalshoeken.” Waarop hij wel heel snel laat volgen dat “Peters ideeën daarin wel altijd leidend zijn.”
Zelfstandigheid op de baan
Met zijn eigen rijdersjaren nog vers in zijn geheugen, vindt Tom het interessant om Peters aanpak van dichtbij mee te maken. “In de kern ziet hij de dingen hetzelfde als in mijn tijd bij het KTT, alleen de manier waarop hij het probeert te bereiken is anders. Het schema is heel wetenschappelijk, maar binnen die kaders probeert hij rijders ook de ruimte te geven om zichzelf te ontwikkelen als sporter. Hij leert ze heel goed aanvoelen wat ze zelf nodig hebben.”
Dat is volgens Tom duidelijk zichtbaar in de groep. “Zeker rijders die al wat langer bij het KTT zitten, zijn daar heel comfortabel in.” Hij haalt een voorbeeld aan: “Neem een tempotraining waarbij ze om kwart over twee klaar moeten staan om een tempo te rijden: hoe ze zich voorbereiden, is aan hen. Je ziet dat de jongere rijders nog heel erg zoeken, vragen stellen en twijfelen, terwijl de ouderen heel goed weten wat ze moeten doen. Die pakken dat echt met vertrouwen aan.”
Dicht op de huid tijdens het schaatsen
Naast Toms ervaring als rijder, brengt hij nóg een andere grote meerwaarde. Dat is het feit dat hij zelf mee kan schaatsen met de rijders op het ijs. Dat levert veel voordelen op: “Je merkt bijvoorbeeld beter hoe een rijder in de training zit. Als ze na een interval overeind komen, zeggen ze dingen tegen elkaar als: ‘Goh, dit was slecht’ of ‘Deze ging echt lekker.’ In die zin pik je wat meer op dan het al voorgekauwde plaatje dat ze een paar honderd meter later bij de trainer neerleggen.”
Ook op technisch vlak is het meerijden van groot belang. “Je zit er gewoon een hele ronde vlak achter. Zeker bij een tempo zie je dan precies hoe iemand een bocht ingaat, of iemand inhoudt, bang is of ergens anders tegenaan loopt. Als iemand een knelpunt heeft in de bocht en daardoor snelheid verliest, merk ik dat meteen en kunnen we daar direct wat mee.”
Al met al is Tom blij dat Peter hem iets meer dan een jaar geleden vroeg als assistent. Of hij dit ook nog denkt als de rijders hem er op de temporondjes uit beginnen te rijden? Hij lacht: “Op dit moment kunnen ze me nog niet lossen, maar ik betwijfel of ik op kop nog sneller ben dan de snelste jongens. Mijn snelste rondetijd staat wel nog steeds een stuk sneller, maar daar gaat ooit ongetwijfeld iemand aan komen. En dat vind ik alleen maar mooi!”
Portretfoto gemaakt door @focusbyhanneke













